14. dec, 2016

Jouw antwoord, mijn antwoord!

“Jij altijd met je vragen! Kan je me niet gewoon het antwoord geven?”. Een vraag van een coachee aan mij op het moment dat ik kennelijk wederom een vraag stelde. Mijn antwoord was: “nee dat kan ik niet en nee dat wil ik niet”.

In mijn optiek geef ik mijn antwoorden op de vragen die ik stel en dat zijn per definitie niet de antwoorden van degene die tegenover me zit. Ik begrijp best wel en voel nog meer dat dat soms als heel vervelend wordt ervaren. Het is net of je daarmee niets opschiet. Want als je gecoacht wil worden, ben je in de meeste gevallen op zoek naar een antwoord.

Niet alleen als coach kom je in situaties terecht waar je om antwoorden wordt gevraagd op vragen die niet van jou zijn. “Wat zou je doen als je mij was?”, dat vind ik echt de meest moeilijke vraag die je mij kunt stellen. Ik heb werkelijk geen idee wat ik daarop moet antwoorden. “Dat hoef ik toch niet te pikken, dat is toch belachelijk wat en nu gebeurd?” Er zijn veel van dat soort vragen en dat moet je kiezen of je antwoord geeft en welk antwoord geef je dan? Soms word er om je mening gevraagd, soms om een advies. Als je bij alle vragen stil zou staan wat degene die het van je vraagt van je verwacht dan wordt het echt heel ingewikkeld. Door de jaren heen heb ik wel wat ervaring op kunnen doen om wat sneller de vragen te filteren waarop ik antwoord wil en kan geven en welke vragen ik weer teruggeef.

Een aantal jaren geleden was ik gevraagd om bij een gesprek te komen zitten over het disfunctioneren van een medewerker. Dit zijn volgens mij altijd de meest ingewikkelde gesprekken omdat leidinggevende en medewerker vaak niet op een lijn zitten. Want als ze dat wel zouden zitten zou er geen gesprek zijn over disfunctioneren maar zou de vraag gesteld kunnen worden over ontwikkeling. Deze nieuwe leidinggevende werd geconfronteerd met het gedrag van deze medewerker, die nogal verstorend werkte binnen de groep waarin zij werkzaam was. Zelf had deze dame het niet in de gaten, ze was luid en kan zichzelf en andere ook overschreeuwen. Collega’s in haar team vonden het verschrikkelijk en kozen ervoor om haar niet aan te spreken. Voor de leidinggevende werd de situatie onhoudbaar, deze collega werd ook gemeden en niet meer betrokken bij het team. Het opvallende voor mij was dat de dame in kwestie zich daar niet bewust van was. Dus in het gesprek met haar leidinggevende was ze dan ook totaal overvallen dat de leidinggevende haar aangaf dat hij niet verder met haar wilde. Hij was direct en eerlijk en bracht deze boodschap duidelijk en zonder verpakking. De dame werd heel kwaad en wat te verwachten was ze verhief ook haar stem, ze stak een tirade af naar de leidinggevende. Nadat ze iets was gekalmeerd keek ze mij aan en vroeg: “Wat vind jij hier nou van, dit hoef ik toch niet te pikken?”.  In en fractie van een seconde naam ik de beslissing waarvan ik tot op de dag van vandaag heel trots ben. Ik antwoordde; “Die keuze is aan jou of je het wel of niet pikt, daar kan en wil ik geen antwoord opgeven. Ik kan niet bepalen wat wel of niet belangrijk voor je is. Wat ik ervan vind is iets anders, ik vind het bijzonder goed van je leidinggevende dat hij je in eerlijkheid verteld wat hij ziet gebeuren. Dat hij ervoor kiest om met je het gesprek aan te gaan en niet over je te blijven praten. Ik vraag me af waarom je zo boos bent, is dat omdat je boos bent op je leidinggevende of is dat omdat je boos bent op jezelf dat je het herkent wat hij je verteld?”

Door deze vragen te stellen ontstond er ruimte voor een ander gesprek. Deze ervaring neem ik tot de dag van vandaag mee. Want disfunctioneren zegt helemaal niets over de medewerker of over de leidinggevende, voor mij zegt dat alles over de relatie tussen die twee (of meerdere in dit geval) mensen. Natuurlijk wist deze medewerkster best dat ze niet werd opgenomen in de groep, haar reactie was zich nog meer afzetten, toen het eenmaal bespreekbaar was gemaakt, was dat geen issue meer en kon er over de toekomst gesproken worden. Door vragen te stellen aan deze dame en haar ook een ander beeld voor te houden, kreeg ze een keuze en was zij niet meer afhankelijk voor het “oordeel” van haar leidinggevende. Zij gaf zelf haar eigen antwoord op de vraag of ze wilde blijven of niet.

Kus & Knuffel,

Monique